Tegenwoordig is het navelstaren in de archieven niet zozeer een optionele benadering als wel een overgangsritueel voor een ontwerper die naar een gevestigd huis verhuist. Het idee is dat je je kennis en kennis bewijst door diep in de onverwachte hoekjes van de catalogus van een merk te duiken, waarbij je vergeten schatten of verborgen juweeltjes opgraaft die nieuw leven kunnen worden ingeblazen (of voor de tweede keer) of voor de derde (eenmalige) of derde keer relevant kunnen worden gemaakt. Seán McGirr heeft een baan die benijdenswaardig is, maar toch enigszins verlammend kan zijn – McQueen is tenslotte niet alleen een van de belangrijkste erfenissen van de hedendaagse mode, maar ook een van de meest aanwezige, via museumtentoonstellingen maar ook vintage looks op rode lopers, muziekvideo’s en dergelijke. Hoe kies je wat je uit een huis als dit wilt laten herleven? McGirr lijkt met zijn gevoel mee te gaan: zijn collectie voor de lente/zomer van 2026 was misschien wel de meest archiefkundige referentie, inclusief kikkerjassen die knipoogden naar McQueen’s ‘Dante’-collectie voor de herfst/winter van 1996, en veel lager dan laaghangende broeken die plotseling weer stoer en nieuw aanvoelen. Er was ook een laars uit McQueens illegale ‘Irere’-collectie voor de lente/zomer van 2003, met een diepe, arrogante emmerplooi aan de bovenkant, zoals de originelen uit de 17e eeuw, en een wild gebogen hak van hars die een hoorn nabootste. Een paar van de originelen zijn ondergebracht in het Costume Institute van het Metropolitan Museum of Art, waardoor dit in zekere zin de ultieme museumaankoop is.
De McQueen Horn Heel-kniehoge laars is te koop hier.



