Voel de energie. Jonathan Andersen schudt het huis Diorwaarmee hij zijn radicale reboot naar de couture bracht. Klassiek, dat was het niet. Anderson’s aanpak is experimenteel, verrassend, levendig creatief en speels.
De enorme tent, waarvan het plafond versierd was met bloemen, weerspiegelde het bloementhema van de show, geïnspireerd op een posey van cyclamen, vastgebonden met een eenvoudig zwart lint dat aan Anderson werd gegeven toen hij bij het huis kwam door niemand minder dan Johannes Galliano. Hij is een modeheld van Anderson en tevens de meest opmerkelijke (en beruchte) ontwerper van Dior. Zittend op de eerste rij gaf hij toe dat hij, hoewel hij enkele van de meest uitbundige en memorabele catwalkmomenten had gecreëerd, nog nooit eerder een Dior-show had gezien.
Het was een nieuwe ervaring voor hem en voor ons toen Anderson zijn opvallende visie onthulde. Een drietal zandloperjurken met plooien en peerachtige rokken opende de show, in navolging van de vorm van zijn openingslook in zijn debuutconfectiecollectie. Hun vormen, zowel gestructureerd als licht, weerspiegelden de sensuele vazen van de beeldhouwer Magdalena Odundo die meewerkten aan versies van de Lady Dior-tas. Het drietal jurken dobberde zomaar over de catwalk voorgerecht voor het ambachtsfeestje dat zou komen.
Door Galliano’s cyclamen-ruikertje in zijde en borduurwerk na te bootsen, ontvouwde Andersons visie op bloemenvrouwen uit de 21e eeuw. Er was een bedwelmende overvloed. De lichamen waren gekleed in transparante, knoopachtige gewaden, gehuld in veren en chiffonbladeren of intens geborduurde bloemen. Kleine lampenkapjurkjes bedekt met bloemenborduurwerk weerspiegelden de trompetterende vorm van een lelie.
Anderson upcyclede 18e-eeuwse sluiers, stapelde ze in kleine lampenkappen en gebruikte meteoorstenen voor sieraden. Tot de grond reikende ‘gras’-tassen met franjes, lieveheersbeestje-clutches en zelfs een zilveren frettasje met maliënkolder zorgden voor een speelse accessoire-ervaring.
Maatwerk speelde een sleutelrol in het Dior-verhaal. Anderson beschreef het creëren ervan op couture-niveau als “alsof je techniek doet”. Precisie kwam in de vorm van langwerpige barjassen, jassen met trompethals en geplooide smokingjasjes. Jurken met bloemblaadjes en borduursels zorgden voor de duizelingwekkende romantiek die de couturecategorie belooft.
Anderson zag couture als een essentiële kunst die door oefening behouden moest blijven en veranderde het werkschema van het huis om meer tijd te geven aan het creëren van couture. De energie en het experiment dat hij in de collectie stopte, vonden hun oorsprong in de aanpak van de oprichter. De heer Dior was een radicale creatieveling die nooit stopte met experimenteren met silhouet. Mensen waren geschokt door de zwijmelende extravagantie van zijn nieuwe look. Met zijn debuut heren-, dames- en couturecollecties heeft Anderson laten zien dat hij net zo gedurfd wil zijn.
Fotografie door Christina Fragkou.


