Home Levensstijl De man die de Antwerpse Zes op de wereld bracht

De man die de Antwerpse Zes op de wereld bracht

3
0
De man die de Antwerpse Zes op de wereld bracht

Walter Van Beirendonck, W.&L.T. Paradise Pleasure Productions, herfst/winter 1995-1996, © Foto: Ronald Stoops

Opent in MoMu in Antwerpen op 28 maart 2026 en loopt tot 17 januari 2027, De Antwerpse Zes is de grote tentoonstelling van het museum die de veertigste internationale doorbraak van de groep markeert. De tentoonstelling brengt Dirk Bikkembergs, Ann Demeulemeester, Walter Van Beirendonck, Dries Van Noten, Dirk Van Saene en Marina Yee samen en volgt het pad van hun opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen naar zes unieke carrières die een blijvende stempel zouden drukken op de hedendaagse mode. In plaats van de Zes van Antwerpen terug te brengen tot een simplistische mythe, reproduceert de tentoonstelling hun opkomst binnen de bredere culturele, artistieke en industriële transformaties van de jaren zeventig en tachtig: de impact van punk en neoromantiek, de crisis in de Belgische textielindustrie, de rol van de Gouden Spindel-wedstrijden en formatieve bijeenkomsten, Parijs, Parijs. Ter gelegenheid van de opening van de tentoonstelling sprak ik met Geert Bruloot, de curator, handelaar en belangrijke pleitbezorger wiens instinct en inzet ertoe hebben bijgedragen dat de Antwerpse Zes op het internationale toneel zijn gekomen. De afbeeldingen hier bevatten exclusieve ephemera, materialen die laten zien hoe de Antwerpse Zes mode niet alleen als kleding begrepen, maar als een volledig gearticuleerde visuele en culturele taal.

De Antwerpse Zes, 1985, © Fotografie: Patrick Robyn

Je hebt je vaak verzet tegen het idee dat de Antwerpse Zes voortkwamen uit één brein of instituut. Wat gebeurde er vanuit jouw perspectief werkelijk in Antwerpen op dat moment?

Het ging nooit alleen om zes ontwerpers, en het ging zeker nooit alleen om mij. Het was een ecosysteem. Er waren fotografen, grafisch ontwerpers, modellen, detailhandelaren, stylisten, journalisten, clubbezoekers en kunstenaars. We voelden allemaal dat er iets ongewoons aan de hand was in Antwerpen, en we wilden er allemaal deel van uitmaken.

Wat dit mogelijk maakte, was juist het feit dat we geen echte mode-infrastructuur hadden en geen zware traditie waaraan we moesten gehoorzamen. Voor ons was mode nog geen gesloten systeem. Het voelde nog steeds open, spontaan en vol mogelijkheden. We dachten aan de toekomst, want er was niets opgelost. En de wereld was toen kleiner. Je had niet de hele branche op je telefoon. Ontdekking had nog steeds gewicht. Het veranderde het ritme der dingen. Het gaf creativiteit ruimte om te ademen.

Ann Demeulemeester, lente/zomer 1990, © Foto: Patrick Robyn

De verleiding blijft bestaan ​​om te zeggen dat je de Antwerpse Zes hebt ‘gemaakt’ door ze een naam te geven en ze naar het buitenland te brengen. Je lijkt veel voorzichtiger dan dat. Wat herkende je er echt in?

Ik zou nooit zeggen dat ik ze gemaakt heb. Zonder mij hadden ze nog steeds hun stempel gedrukt. Ze hadden het talent, de discipline en de overtuiging. Ze waren absoluut vastberaden.

Wat ik herkende was dat het uniek was om zes ontwerpers van dat kaliber tegelijk te ontdekken. Ze waren al een groep vrienden. Ze verhuisden samen, reisden samen en daagden elkaar uit. Ik heb die chemie niet uitgevonden. Ik zag het gewoon heel duidelijk. En omdat ik iets van het modesysteem afwist, begreep ik ook dat de internationale markt wachtte op een nieuw verhaal. De Antwerpse Zes werden een manier om die energie in het buitenland leesbaar te maken. Ieder van hen was misschien op zichzelf succesvol geweest, maar samen kwamen ze met een andere kracht. Ze verschenen niet als geïsoleerde talenten. Ze verschenen als een signaal.

Ann Demeulemeester, lente/zomer 1990, © Foto: Patrick Robyn

Uw winkels maakten deel uit van dat signaal. Coccodrillo en later Louis waren niet alleen maar winkelpanden. Het waren acties met culturele kaders. Welke rol speelden zij?

Voor mij was retail nooit louter zakelijk. Mijn instinct is altijd geweest dat als je iets belangrijks ontdekt, je het wilt laten zien. Daarom hield ik van etalages, interieurs en het bouwen van sfeer rond objecten. Mijn partner, Eddy Michiels, had een meer pragmatische kijk op zaken, en gelukkig was dat een evenwicht tussen ons.

Coccodrillo was een winkel die designerschoenen uit verschillende plaatsen verkocht. Toen het in 1986 werd geopend, was Louis anders. Het was uitsluitend gewijd aan Belgische ontwerpers. Nog voordat de hele structuur helemaal op zijn plaats stond, kochten we al collecties en dachten: we zullen de ruimte vinden, we zullen de context bouwen, we zullen het zichtbaar maken. Alles gebeurde snel. Er was toen sprake van een productieve urgentie. We hebben nauwelijks geslapen.

Dirk Bikkembergs, lente/zomer 2008, © Foto: Luc Williame

De Britse designershow in Londen in 1986 is als een keerpunt de modegeschiedenis binnengegaan. Was er achter de mythologie een precies moment waarop je begreep dat de doorbraak echt was?

Ja. Heel duidelijk.

Op de eerste dag beseften we dat we een vreselijke locatie hadden gekregen. We zaten op de tweede verdieping, op de verkeerde plek, omringd door bruidskleding. Daarom hebben wij onze eigen flyers gemaakt en deze hieronder zelf uitgedeeld. Op de tweede dag arriveerde rond het middaguur de internationale modepers. TV-ploeg arriveerde. Er kwamen kopers. En ze stelden allemaal dezelfde vraag: Wie ben jij? Waar kom je vandaan? Hoe is het mogelijk dat wij nog nooit van u hebben gehoord?

Het was het moment.

Toen kwam Barneys, en dat betekende veel. Toen Barneys verschillende collecties kocht, gaf het de ontwerpers toegang tot de Amerikaanse markt. In deze jaren kan een serieuze winkel uw internationale zichtbaarheid veranderen. Het was niet zomaar een verkoop. Het was een bevestiging. En die bevestiging opende andere deuren.

Dirk Bikkembergs, elf Europese voetballers, gefotografeerd in de Karoo-woestijn, Zuid-Afrika, 10-17 juni 2008, © Foto: Luc Williame

Japan lijkt de zes echter vanaf het allereerste begin bijna instinctief te hebben begrepen. Waarom was die relatie zo direct?

Omdat Japan een buitengewone gevoeligheid voor mode had en nog steeds heeft. Niet alleen voor styling, maar voor vakmanschap, constructie, afwerking en de algehele grammatica van een collectie. De Japanners begrepen al heel vroeg dat deze ontwerpers niet alleen maar kleding produceerden. Ze produceerden een taal, een houding, een manier van denken door middel van kleding.

Er was ook een diep respect voor het vak, en ik denk dat daardoor meteen een brug werd geslagen. Zelfs vandaag de dag, als je in Japan over Belgische mode praat, weten mensen precies wat je bedoelt. Die verbinding is nooit verdwenen.

Walter Van Beirendonck, REVOLUTIE, herfst/winter 2001-2002, © Foto: Elisabeth Broekaert

De zes worden vaak als groep besproken, maar visueel waren ze nooit verenigd. Ze deelden niet één woordenschat. Dus wat hield hen echt bij elkaar?

Wat hen verenigde was geen gewone esthetiek. Integendeel, ze waren totaal verschillend. Het was geen collectief in de enge zin van het woord, noch was het een soort romantische broederschap. Sommigen waren eenzamer dan anderen. Martin Margiela en Marina Yee stonden er bijvoorbeeld vaak meer alleen voor. Dirk Bikkembergs had ook een sterke onafhankelijke inslag.

Maar er was een gezonde vriendschap en er was een zeer sterke dynamiek van wederzijdse uitdaging. Je zou een betere tekening maken, een gewaagdere presentatie opvoeren, een scherper silhouet bedenken, en de anderen zouden denken: nu moet ik het beter doen. Er was dus zowel steun als rivaliteit, in de best mogelijke zin. Ze duwden elkaar omhoog.

En als er iets ernstigs op het spel stond, stonden ze samen. Het betekende iets. Ze konden allemaal naar huis en terugkeren naar hun eigen wereld, maar onder druk werden ze zes.

Dirk van Saene, lente/zomer 1988, © Foto: Henze Boekhout

Een van de sterke punten van de tentoonstelling is dat ze de betekenis van ephemera, uitnodigingen, grafieken, foto’s, schetsen en privéarchieven herschept. Wat onthullen deze materialen dat kleding alleen niet kan?

Ze laten zien dat mode nooit alleen maar kleding is. Dat begrepen de zes al heel vroeg. Ze wisten dat mode een verhaal is dat in vele vormen wordt verteld: uitnodigingen, lookbooks, catalogi, persmappen, fotografie, tentoonstelling en de sfeer rond een collectie. Dat is allemaal onderdeel van de taal.

En er zit nog steeds veel meer in de archieven dan mensen zich realiseren. Veel blijft in particuliere handen. De tekeningen van Marina Yee zijn een perfect voorbeeld. Ze zijn buitengewoon. Als u door deze dozen bladert, vindt u niet alleen documenten. Je ontmoet een geest op het werk. Je ziet aarzeling, instinct, discipline, verbeeldingskracht, reductie, alles. Voor jongere generaties is het van onschatbare waarde omdat het hen eraan herinnert dat auteurschap geen logo is. Het is een manier van denken.

Die kwestie van auteurschap voelt nu bijzonder urgent. Waarom denk je dat de Antwerpse Zes jongere ontwerpers en studenten blijven fascineren?

Ann Demeulemeester – uitnodiging A/W 2009-2010, grafisch ontwerp: Ann Demeulemeester & Patrick Robyn

Omdat ze een idee vertegenwoordigen van het onafhankelijke modehuis dat nu zowel afstandelijk als noodzakelijk voelt.

Toen ze begonnen waren onafhankelijke modehuizen nog steeds de norm. Het tijdperk van gigantische luxeconglomeraten kwam later. En toch hielden de zes opmerkelijk lang hun onafhankelijkheid vast. Ik denk dat jongere ontwerpers zich aangetrokken voelen tot die vrijheid, ook al begrijpen ze hoe moeilijk het was.

Tegenwoordig is het veld op verontrustende manieren verdeeld. Enerzijds heb je luxegroepen die als gesloten forten fungeren. Aan de andere kant heb je fast fashion, waar bijna geen ruimte is voor onderzoek, geduld of auteurschap. Ik heb briljante ontwerpers zien verteren door deze structuren. Daarom ben ik dankbaar dat geen van de zes echt aan dat systeem heeft toegegeven.

Maar de les is niet: doe het zoals de Antwerpse Zes. De les is: doe het op jouw manier, net zoals zij deden. Het is de enige weg die naar noodzakelijk werk leidt.

Marina Yee, Microbook door Marina Yee in samenwerking met Laila Tokyo, 2018, © Foto: Johan Mangelschots

Dirk Bikkembergs, flyer L/Z 1987, grafisch ontwerp: Dirk Bikkembergs

Eén episode uit de tentoonstelling is nog steeds bijzonder opvallend: de zes arriveren in gehuurde campers bij Pitti in Florence, steken samen de Alpen over, slapen op een camping en presenteren vervolgens hun werk op een van de belangrijkste modeplatforms van Italië. Waarom betekent die scène nog steeds iets voor je?

Want het vertelt je alles over die periode.

Ze waren volledig gefocust op het niveau van wat ze deden, op de kwaliteit van de kleding, de accessoires en de algehele presentatie. Maar verder was er geen sprake van luxe, geen vals prestige. We sliepen op een camping in Florence. In de ochtend gingen we met alle andere kampeerders naar de wastafels en douches. Behalve natuurlijk dat Walter en de anderen zich verkleedden, make-up aanbrachten en zichzelf in de heel gewone setting bleven.

Ik weet nog dat ik over de camping naar de bushalte liep en tegen elkaar zei: “Kijk niet naar de anderen”, omdat we wisten dat we er vreemd uitzagen. Maar wij hebben genoten. En als potentiële kopers of fabrikanten ons na de beurs wilden spreken, moesten we uitleggen dat we niet in een groot hotel logeerden. Wij waren op de camping.

Dat beeld blijft belangrijk omdat het de mythologie ontdoet en de waarheid achter zich laat: overtuiging, vriendschap, werk en een volledige afwezigheid van cynisme.

Dries Van Noten – uitnodiging S/S 2015, grafisch ontwerp: Dries Van Noten & Jelle Jespers

Wat moet deze tentoonstelling na veertig jaar corrigeren in de mythologie van de zes Antwerpenaren?

In de eerste plaats moest het het idee corrigeren dat de Antwerpse Zes ooit een merk in de gebruikelijke zin was. Het was nooit een merk, nooit een modehuis, nooit een collectief dat onder één handtekening werkte. Het was een tijdelijke bijeenkomst van zes uiterst unieke talenten op een heel specifiek historisch moment.

Wat de tentoonstelling kan doen, als ze haar werk goed doet, is beide realiteiten bij elkaar houden. Het kan de kracht van de groep tonen en tegelijkertijd de onherleidbare individualiteit van elke ontwerper. Het kan mensen er ook aan herinneren dat succes niet uit het niets komt. Het kwam voort uit werk, uit context, uit reizen, uit instellingen, uit politiek, uit risico, uit vriendschap en uit een stad die klaar was om iets experimenteels te laten gebeuren.

MoMu Antwerpen

@momuantwerpen

Interview door Alessia Caliendo

@alessiacaliendo



Nieuwsbron

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in