Er schuilt een bijzondere arrogantie in de manier waarop we hebben geleerd ons los te maken van de wereld. Om naar een steen te kijken en decoratie te zien. Om naar een bos te kijken en hulpbronnen te zien. Poreuze verwantschap verwerpt dat standpunt volledig. De tentoonstelling, samengesteld door Maddalena Iodice, brengt vijf internationale kunstenaars samen: Kesewa Aboah, Alberte Agerskov, Aléa, Dimitra Charamandas en Diana Policarpo, wier praktijk een weigering deelt om het menselijk lichaam als het vaste middelpunt van alles te behandelen. In plaats daarvan verschijnt het lichaam hier zoals het misschien altijd is geweest: poreus, mineraal, betrokken. Gemaakt van dezelfde substantie als de steen, de wortel, de draad van mycelium, die geruisloos door de grond werkt.
De filosofische inzet is reëel. Gebaseerd op het materiële feminisme van Karen Barad, de systeemecologie van Gregory Bateson en de somatische tradities van choreografen als Anna Halprin, wordt in de show gevraagd welke kennis beschikbaar komt als we niet langer vasthouden aan de huid als grens. Aboah’s pigmentgeperste doeken registreren de druk tussen lichaam en oppervlak als een wederzijdse inscriptie. Agerskov laat calciet en zuur water elkaar zonder hiërarchie afwisselen. Het duo Aléa vertrouwt het auteurschap gedeeltelijk toe aan mycelium, een organisme dat verteert, herstructureert en denkt in patronen die geen enkele industriële logica kan repliceren.


