Gebouwen kunnen iconen van vreugde zijn: ze kunnen ons verbinden met de essentie van een plek, een cultuur tot leven brengen en dienen als vaten die mensen en de natuur met elkaar verbinden.
Maar vaak maken ze dat potentieel niet waar. In plaats daarvan consumeren ze enorme hoeveelheden natuurlijke hulpbronnen, hebben ze een verwoestende impact op de biodiversiteit en richten ze zich meer op het maximaliseren van vierkante meters dan op het vervullen van een maatschappelijke of ecologische zorgplicht. Onze gebouwde omgeving heeft een interventie nodig, en biomimicry – het opnieuw ontwerpen van onze wereld op basis van het genie van de natuur – kan een weg terug bieden naar gebouwen die werken met planetaire grenzen.
In het ergste geval sluit onze gebouwde omgeving ons af van de natuurlijke wereld en vernietigt deze wereld door onverantwoorde bouwpraktijken. Op zijn best verbindt het ons met de levende wereld, is het opgebouwd uit materialen die minimale schade toebrengen aan de planeet, en haalt het inspiratie uit de levendige levens en vormen die overal om ons heen vorm krijgen. Om deze laatste visie te verwezenlijken, kunnen we biomimicry-praktijken in onze architectuur integreren.


